Vrijheid.

“Oh ja, nog iets. Je zult het misschien niet zo leuk vinden, maar ik heb een woning aangeboden gekregen.”
Zo ongeveer klonk haar berichtje tussen andere telefonische mededelingen, gisteren (13 april 2019) een jaar geleden. De dag ervoor antwoordde ze desgevraagd nog dat ze zich niet echt aan het oriënteren was op een woning voor zichzelf.
Rázend werd ik. Nooit eerder was ik zó furieus.

Terwijl ik gisteren, precies 1 jaar na dato dus, in De Fundatie rondliep als deelnemer aan de Museum Match, kronkelden gedachten en herinneringen door mn hoofd.

In heel mn leven heb ik in 1 jaar niet zoveel geleerd als afgelopen jaar.
Allerlei tegenstellingen komen langs: door mn geschiedenis, scheidingen en eerdere relaties had ik een muurtje om mn hart gebouwd.
Dat wist en voelde ik, maar kon het niet afbreken.
Totdat ze begin 2014 borstkanker bleek te hebben. Nog meer ellende, ik had toch wel genoeg gehad, dacht ik. Ondanks dat en in de spannende onzekerheid of het wel of niet uitgezaaid zou zijn, besloot ik voor mezelf bij haar te blijven, no matter what or how. Omdat ik vond dat zij dat met haar goedheid verdiende. Ook als het zou betekenen dat ze zou komen te overlijden. M’n muurtje brokkelde in no-time af.
Kanker als heling, je verzint het niet.
Haar tijdelijke arbeidsovereenkomsten werden agv deze ziekte niet verlengd. De vergaande financiële consequenties ving ik op, ons samenwonen werd voortgezet in mijn huis ipv het hare.

Op 16 december 2017 zegde ze me ten overstaan van dierbaren toe te zullen gaan “trouwen”.
Twee maanden later hield ze niet meer van me. Of misschien toch wel. Etc etc.
Ze wilde bij de zee wonen. Dat had ze altijd al gewild zei ze. Ik had haar daar nooit over gehoord.
Onbereikbaar was ze, gedurende de weken die daarop volgden in de gesprekken die we probeerden te hebben. Alsof ze me niet hoorde.

Weer werd ik alleen gelaten. Niet te doen, na de contactloosheid eerst met mn jongste kind, later ook met mn 2 oudsten.
Ik had al zoveel aan mezelf gesleuteld, maar dit…
Een vroeg kinderlijk trauma bleek de toegangspoort tot verlatingsangst.
En mn verlatingsangst de toegangspoort tot mn veronderstelde ‘nooit goed genoeg zijn’.
Hannah’s boek Liefdesbang was een “feest” van herkenning.
Rainer Maria Rilke’s ‘Brieven aan een jonge dichter’ kreeg een totaal andere dimensie: de pijn van eenzaamheid en stilte werden de sleutel tot liefde voor mezelf. Spirituele ervaringen zelfs.
Ik leerde hoe ik het oorlogstrauma van mijn moeder heb gedragen. Onbewust en onbedoeld, maar toch.

Vijftig kunstwerken over vrijheid in De Fundatie. Telkens, in mijn ogen dan, tonen de kunstenaars vrijheid vanuit een schaduwkant.
Vanuit gevangenschap, vanuit vergangkelijkheid, vanuit weerstand, vanuit oorlog, vanuit de dood, vanuit unieke gebeurtenissen in de tijd, vanuit beperking.
Vrijheid heeft geen vorm, geen kleur.

Vrijheid is niets zonder een tegenpool, de tegenpool bepaalt wat vrijheid is.

Gebeurtenissen in mijn leven leerden mij onvoorwaardelijk lief te kunnen hebben.
Dat is mijn vrijheid.

En ik wens ander ook zijn of haar vrijheid, ongeacht de oorsprong of vorm. Zodat de liefde zonder beperkingen en zonder regels kan stromen.