Waarom psychologische veiligheid (in organisaties) zo moeilijk te bereiken is

Niet zelden lezen we over psychologische veiligheid. En dan met name hoe belangrijk dat is voor organisaties. Vooral in de Agile wereld komt dit nogal eens ter sprake.
Psychologische veiligheid biedt ons immers de gelegenheid om buiten onze comfort-zone te treden, nieuwe dingen uit te proberen, om fouten te kunnen maken. Psychologische veiligheid biedt de bedding van waaruit we kunnen ontdekken, onszelf uit kunnen dagen om dingen anders te doen, om onszelf en daarmee de organisatie waarvoor we werken te ontwikkelen.

Dit uitgangspunt, deze gedachten als juistheid aannemen lukt in veel gevallen prima.
Maar hoe komt het dan toch dat hoezeer mensen (in dezelfde organisatie) het hierover ook met elkaar eens zijn, die veiligheid maar niet tot stand wil komen?
Kortom, waarom is het bereiken van psychologische veiligheid zo’n ingewikkelde opgave?

In mijn ogen geeft het onderstaande filmpje daar vanuit de polyvagaal theorie een passend antwoord op.

Het heeft te maken met de manier waarop ons autonome zenuwstelsel verward is geraakt.

  1. Ons autonome zenuwstelsel neemt graag gevaren waar en heeft een fight, flight, freeze of fawn mechanisme klaar liggen als respons op dat gevaar
  2. Gevaren die we in onze kindertijd hebben waargenomen, liggen diep in ons geheugen verankerd
  3. Het autonome zenuwstelsel bepaalt (onbewust) of het nieuw waargenomen gevaar iets te maken heeft of kan hebben met eerder in het geheugen opgeslagen gevaren.
  4. Naarmate ons gevaren-geheugen meer gevuld is, wordt het vergelijken tussen nieuwe waarnemingen en het gevaren-geheugen voor het autonome zenuwstelsel ingewikkelder; zonder dat we het in de gaten hebben raakt het autonome zenuwstelsel in de war en het reageert alsof het onveilig is in het veilige hier-en-nu.
    Je kent dat waarschijnlijk wel in de vorm dat iemand heel fel reageert op een onschuldige vraag of een (grappig bedoelde) opmerking.

Rationeel is dit een aardige verklaring, maar ik durf te wedden dat je van jezelf vindt dat er met jouw autonome zenuwstelsel niets mis is en dat je prima functioneert.
Het vervelende nieuws is echter dat de kans groot is dat dit niet het geval is: bij meer dan de helft van ons is het autonome zenuwstelsel in meer of mindere mate in de war als gevolg van trauma, schadelijke kinderervaringen of chronische stress. Jezelf afwijzen bijvoorbeeld in de vorm van het interpreteren van opmerkingen als “ik ben niet goed genoeg” kan een indicatie zijn van een tijdelijk even verward zenuwstelsel

Uit onderzoek onder 17.000 patiënten is er een verband gebleken tussen schadelijke vroegkinderlijke ervaringen en lange termijn gezondheid: bij 4 of meer schadelijke kindervaringen is er een enorme toename van bijv. hartziektes, kanker, drugsgebruik, diabetes, suïcidepogingen, diabetes, depressie etc.

Vroegkinderlijke ervaringen zijn niet alleen van belang voor onze gezondheid op lange termijn, maar bepalen in hoge mate de manier waarop we ons tot anderen leren verhouden. Als kind zijn we immers afhankelijk van onze ouderfiguren. Ons hechten aan ouderfiguren is noodzakelijk om te kunnen overleven.
Diep in ons geheugen liggen de gevaren opgeslagen die het hechten bedreigden.
Onze hechtingsstijlen, de dynamiek tussen afstand en nabijheid tot anderen, zijn een weergave van de onbewuste gevaren die we als kind hebben ervaren.

Aangezien ca 67% van de onderzochte patiënten uit voorbedoeld onderzoek aangaven tenminste 1 schadelijke ervaring te hebben gehad, is de kans groot dat medewerkers of leidinggevenden onvoldoende veilig zijn gehecht om een psychologisch veilige omgeving te scheppen.
Je zou kunnen stellen dat het organisatorische hechtingsklimaat waarin we verblijven eerder onveilig is dan dat het veilig is.

Gelukkig is er ook wat aan onveilige hechting of een onveilig hechtingsklimaat te doen.
Meer weten? Neem dan geheel vrijblijvend contact op.

wij mensenbeesten zijn geprogrammeerd om alert te zijn en gevaar