Voelen als Voorwaarde om te Veranderen

Het moet ongeveer in 1996 zijn geweest. Mijn zoon had oorpijn, hij was nog te klein om zich met woorden uit te drukken. Maar duidelijk was wel dat het arme jochie veel pijn had. En machteloos toekijken vond ik geen pretje. 

Tijdens mijn middelbare school overwoog ik een tijd om geneeskunde te gaan studeren. Het was er nooit van gekomen; ik was er met mijn rationele exacte vakken keuzepakket wel helemaal op voorbereid.

Naast ons woonde een klassiek homeopathe. Haar hulp werd door mijn exgenote ingeroepen om het leed van mijn zoon te verzachten. Mijn wetenschappelijke overtuiging schreeuwde me echter toe dat deze aan kwakzalverij verwante behandelvorm niet kón werken. Maar mijn machteloosheid over het leed van mijn zoon, won van die gedachte.

Na wat gedoe werd er een miniscuul korreltje toegediend, ik herinner me niet of het in water was opgelost.
Omdat kinderen op die leeftijd niet (kunnen) simuleren en mijn zoon 20 minuten na inname van het homeopathische geneesmiddel lachend zat te spelen, kon ik niet anders dan mijn overtuiging bijstellen. “Kwakzalverij kan dus ook werken” moest ik bekennen. En er moest meer zijn tussen hemel en aarde, meer dan het wetenschappelijke oorzaak-gevolg denken.

Achteraf bezien is dit een kantelpunt in mijn leven geweest.

Toen mijn jongste zoon 9 dagen na het overlijden van mijn vader geboren werd, kon ik helemaal niets meer voelen. Om te overleven in de dynamiek tussen ‘de dood’ en ‘het leven’ was ik volledig aangewezen op denken en doen.
Van een begeleider leerde ik erkennen van wat ik nu “lichamelijke sensaties” zou willen noemen. Èn ermee bezig te zijn en blijven.
Ik moest voortdurend herinnerd worden om na te gaan en te registreren wat er in mijn lijf plaats vindt.

Sindsdien is mijn nieuwsgierigheid naar wat “lichamelijke sensaties” ons te vertellen hebben steeds verder toegenomen.
Daaraan ‘vastgeknoopt’ is zonder meer ook m’n nieuwsgierigheid naar de manieren waarop ons denken ons niet alleen ten nutte kan zijn, maar juist ook hoe ons denken ons in de maling kan nemen zonder dat we dat door hebben. En hoe graag we dat willen geloven.

Inmiddels heb ik ervaringen waar geen rationele verklaringen voor zijn èn die me steeds dichter bij mezelf brengen.
Ik leer(de) steeds minder te hoeven reageren vanuit overlevingsmechanismen.

Als je het niet kunt voelen, kun je het ook niet veranderen

“Als je het niet kunt voelen, kun je het ook niet veranderen” ligt daaraan ten grondslag: het is een credo wat als rode draad door een aantal van mijn opleidingen liep.

Een interessant gegeven vind ik verder dat het voor onze hersenen vrijwel niet uitmaakt of het een waarneming of een herinnering aan een waarneming betreft: dat maakt het lastig om bijvoorbeeld een beeld wat we in het hier en nu waarnemen met onze ogen, los te zien van de herinneringen die met dat beeld te maken hebben. En het omgekeerde geldt ook: we kunnen nauwelijks waarnemen wat we niet kennen.
(Filmtips: “What the Bleep do we Know” en “Down the Rabbit Hole”)

Anders gezegd: oplossingen voor problemen liggen op een ander bewustzijnsniveau dan waar we het probleem aantreffen.

De sensaties in ons lichaam zijn een toegangspoort tot deze andere vorm van bewustzijn.

Gewaar worden van je gevoelens en daar bij stil leren staan maakt het mogelijk om jezelf los te koppelen van de programma’s die voortdurend in onze hersenen draaien.
Je kunt leren onderscheiden of het programma draait op je overlevingsprocessor of op je authentieke processor.
“Stilstaan om weer door te kunnen gaan”

Zo ontstaat er ruimte voor nieuwe mogelijkheden,

  • om dezelfde zaken op een nieuwe manier te leren benaderen,
  • om anders te kijken naar dezelfde werkelijkheid die daardoor verandert,
  • om de reacties van je partner anders te waarderen
  • om het team waar je deel van uitmaakt en de teamleden jou beter te begrijpen
  • om je met minder energie te kunnen verbinden met het team waar je leiding aan geeft

Ik leer graag een stukje met je mee.

Meer weten? Neem contact op.